Colenberg Omgevingspsychologie

LinkedIn Twitter

World Interiors Meeting

Op 5, 6 en 7 september was ik bij het eerste internationale congres over interieurarchitectuur. Een goed initiatief, want met steeds meer herbestemming in plaats van nieuwbouw groeit het belang van dit vak. Rode draad in de bijna 100 lezingen en debatten: het is tijd voor bewust ontwerp. Duurzaam, bescheiden en gericht op verbetering van de dagelijkse leefomgeving.

Duurzaam gebruik

World Interiors Meeting 2013Duurzaamheid was een terugkerend thema op het congres. Meestal door de sprekers ingevuld als hergebruik van materialen. Terwijl de betekenis veel breder is.

Duurzaamheid is ook hergebruik van gebouwen, en wel op zo’n manier dat ze weer lang meegaan. Niet alleen qua slijtvastheid, maar ook qua gebruik. Dat betekent het creëren van aangename ruimtes, die comfortabel zijn en passen bij het gebruik. En flexibele ruimtes, die makkelijk zijn aan te passen aan veranderende wensen.

Overigens had Peter Assche een heerlijk verhaal over hergebruik van materialen:  de Noorderparkbar. Van 100% Marktplaatsmateriaal, zonder dat het er tweedehands uitziet. Hufterproof én mooi. Zie www.hetkomtaltijdgoed.nl.

Gezonde omgeving

Het gaat bij duurzaamheid ook om het effect van het ontwerp op de gezondheid van de gebruiker. Zoals professor Michael Braungart, van Cradle to Cradle, in zijn boeiende openingslezing  zei: “Interior architects are agents of human well-being.

Hij vindt dat interieurarchitecten zich bewust moeten zijn met wat voor materialen ze ontwerpen. Hoe die worden gemaakt, wat ze tijdens het gebruik aan gifstoffen uitwasemen, en hoe ze worden afgevoerd of hergebruikt. Volgens Braungart zijn veel interieurproducten namelijk niet ontworpen voor gebruik binnenshuis als je afgaat op hun emissie. Bijvoorbeeld matrassen en televisies. Kiezen voor ‘natuurlijke materialen’ helpt ook niet altijd, want op wollen vloerbedekking zit volgens hem een laag schadelijk ‘plastic’. (Interieur)architecten hoeven niet alle details te kennen, maar zouden wel kritische vragen moeten stellen over producten.

Verantwoordelijkheid ontwerper

Ook in discussies over de positie van de beroepsgroep kwam dit aspect ter sprake. De titelbescherming voor interieurarchitecten is geen bescherming van de beroepsgroep (want waarom zou een overheid dat doen?), maar bescherming van de consument. De titeldrager moet voldoende opgeleid en ervaren zijn in het ontwerpen van fysiek en mentaal gezonde en veilige omgevingen. Dat is de verantwoordelijkheid van de ontwerper, ook als de opdrachtgever andere belangen voorop zou stellen.

Die verantwoordelijkheid vraagt om evidence-based design, in plaats van ontwerpen aan de hand van eigen voorkeuren, aannames of ervaringen. Daar  is nog een wereld te winnen, bleek uit het debat na de lezingen over healthcare design. Hedy d’Ancona was niet de enige die pleitte voor ‘rijker’ interieurontwerp, gebaseerd op gedegen kennis over wat prettig is voor de gebruikers. En meer aandacht hiervoor in de opleidingen.

Tijd voor (interieur)architecten om hun aarzeling te laten varen. Een goed ontwerp maken blijft heus een creatief proces, en zal nooit  zijn terug te brengen tot een formule.

 

 

2 oktober 2013