Colenberg Omgevingspsychologie

LinkedIn Twitter

Verliefd op een jaren ’30 huis

Het jaren ’30 huis is onverminderd populair. Hoe komt dat? De ligging en het type wijk spelen een belangrijke rol. Net als de bouwstijl, met een goede balans tussen functionaliteit en decoratie. En er zijn meer psychologische redenen aan te wijzen.

Economie

Joost Kingma, stedenbouwkundige, deed promotieonderzoek naar tuinwijken en schreef op basis daarvan het boek ‘De magie van het jaren 30 huis’. Hij heeft berekend dat dit type huis 6 tot 10% duurder is dan woningen met een vergelijkbare ligging en perceelsomvang. Ook in 2010, toen de huizenmarkt in een dal zat, werden jaren ’30-woningen relatief snel verkocht. Een makelaar die Kingma interviewt zegt dat huizenkopers massaal blijven vallen voor het jaren ’30 huis, crisis of niet. Liefde op het eerste gezicht, vanwege de (nostalgische) sfeer. Maar ook de degelijkheid en de schaarste spelen een rol. Er komen immers geen echte jaren ’30-huizen meer bij, en het aantal met originele details is beperkt. Dit geeft het huizentype status.

Locatie

TuinwijkVoordeel van de jaren ’30 tuinwijken is dat ze dicht bij het oude stadscentrum liggen, maar rustiger zijn en ruimer opgezet. Veel jaren ’30 huizen liggen in de betere wijken. De tuinwijken zijn ontstaan uit een combinatie van villawijken voor de burgerij en de sociale beweging die de leefomstandigheden van arbeiders wilden vergroten. Toen bedrijven investeerden in gezonde huisvesting voor hun (fabrieks)personeel.

Omgevingspsychologisch onderzoek bestond nog niet, maar men had wel al begrepen dat rustig en ruim wonen in het groen goed is voor mensen. Net als ruimte voor sociale interactie, elkaar tegenkomen bij de voordeur, in het park of de winkel op de hoek. En dat mensen een voorkeur hebben voor een gevarieerd (gevel)beeld. Dat blijkt ook uit een onderzoek dat ik jaren geleden deed naar de voorkeuren van Nederlanders voor hun woonomgeving: groen en variatie graag.

Variatie en details

In mijn eigen, doorsnee jaren ’30 wijk is de variatie enorm. In vijf straten zijn er per huizenblok verschillen in de kleur van de bakstenen en dakpannen, de patronen in de stenen, de plaats en vorm van de erker, het type ramen, het ontwerp van de voordeur, de kleuren en patronen van het glas in lood, de aanwezigheid en vorm van plantenbakken, luifels en balkons, en het ritme van de voordeuren. Er zijn huizen met en zonder voortuin, heel en gesplitst, in een rij en vrijstaand, breed en smal, tweelaags en drielaags, met plat of schuin dak. En toch is het een eenheid, een duidelijke ‘familie’ van ontwerpen.

jaren 30 huis

Deze details zijn vermoedelijk de belangrijkste reden waarom een (origineel) jaren ’30 huis als sfeervol wordt ervaren. Al denk ik dat ook de elegante verhoudingen zoals slanke ramen en deuren (in mijn huis 80 x 213 cm) en hoge plafonds (vanaf 2,70-2,90 m) een rol spelen. Net als het vele daglicht en de geleidelijke overgang van binnen naar buiten via bordessen, luifels, bloembakken, erkers, openslaande tuindeuren en grote schuiframen. Mensen willen graag een connectie met buiten. En boeiende details die in harmonie zijn met het grotere geheel. Tegelijkertijd doet de kubistische vormgeving modern aan, zeker als je binnen alles wit schildert.

Ruimte en geborgenheid

De tuinwijken zijn ruim opgezet. In de (chiquere) wijken die Kingma onderzocht zijn de kavels groot (400-1000 m2) en is de bebouwingsgraad maximaal 20%. De laanprofielen zijn 25-45m, en bieden daarmee ruimte aan grote laanbomen. Er staan vaak verschillende soorten bomen, waarvan de oorspronkelijke exemplaren inmiddels monumentaal zijn. De straten, pleinen en plantsoenen vormen een rechthoekig patroon, met kleine afwijkingen waar destijds rekening is gehouden met het bestaande landschap.

De huizen zelf variëren in grootte. Een middelmaat is bijvoorbeeld 4,5m breed en 9 m diep, met een verdieping en een zolder. Mijn eigen huis is zo’n 100 m2, maar voelt veel ruimer dan het nieuwbouwappartement van 125 m2 in De Rotterdam, dat ik bezocht op de Dag van de Architectuur. Waarschijnlijk is mijn huis ondanks de gangen en trappen efficiënter ingedeeld. Kleinere kamers, maar wel meer. Inbouwkasten. Smalle deuren. Die verhouding tussen breedte en hoogte speelt ook mee in de beleving. Bovendien geven alle mooie details een rijk gevoel. Weer die sfeer.

Schets huis WrightKingma draagt nog een psychologische reden aan voor de populariteit: de brede dakoverstekken, geïnspireerd op Frank Lloyd Wright. Die noemt hij ‘een veilige hoed’. Het is een aanname die past binnen de theorie van ‘refuge and prospect’ (Jay Appleton). Die gaat ervan uit dat menselijke hersenen nog geprogrammeerd zijn op overleven op de savanne, met behoefte aan beschutting in combinatie met uitzicht.

Tot slot zou de bouwstijl volgens Kingma een gevoel van herkenning oproepen van degenen die daarmee zijn opgegroeid en er positieve herinneringen aan hebben. Dat maakt de cirkel rond.

 

4 juli 2014