Colenberg Omgevingspsychologie

LinkedIn Twitter

Publieke interieurs

Donderdag 21 februari vertelde stedenbouwkundige Matthijs de Boer in het Amsterdamse architectuurcentrum ARCAM over zijn onderzoek naar publieke interieurs. Daar schreef hij het boek ‘Binnen in de stad’ over. Hij vroeg aandacht voor gericht ontwerp van deze, voor de stad zo belangrijke ontmoetingsruimten. Daarop ontspon zich een discussie over wat het recept is voor succes.

Ingrediënten

Het punt is dat je de gebruikskwaliteit van een ruimtelijk ontwerp niet in een recept kunt vangen. Daarvoor is het te veel afhankelijk van de context. Maar dat betekent niet dat je bent aangewezen op het gevoel van de architect, zoals een recensent concludeerde. Ontwerpen is geen magie. Je kunt, zoals De Boer doet, op grond van onderzoek in de praktijk in ieder geval ingrediënten benoemen. En die opnemen in het ontwerp. Je kunt ruimtes analyseren en evalueren, en die kennis delen. In zijn analyse komt De Boer tot succesfactoren als deze: op de juiste plek in een grote stad, een goede aansluiting op de looproutes, voldoende en duidelijke ingangen, een levendige plint, gratis voorzieningen, royale afmetingen, hoogwaardig materiaal, beschutting, daglicht, overzicht en een zekere mate van rust.

De Passage en het Stadhuis in Den Haag

Meer onderzoek

De Boer heeft zijn ingrediënten gedestilleerd uit een stedenbouwkundige analyse van acht bestaande ruimtes en één nog te realiseren plan. Zeven daarvan heeft hij aangevuld met een interview met de initiator, gebruiker en/of opdrachtgever.

Die aanpak zou je uit kunnen breiden met bijvoorbeeld meer interviews met verschillende soorten gebruikers. En met observatie van hoe mensen de ruimte gebruiken en analyse hiervan door een omgevingspsycholoog. Die maakt gebruik van wetenschappelijke kennis over hoe mensen hun omgeving waarnemen en kan daarmee gevonden resultaten verklaren. De ruimtelijke kwaliteit zou je daarnaast kunnen laten analyseren door een interieurarchitect, die kijkt weer anders dan een stedenbouwkundige.

Hoe meer ruimtes op een systematische manier worden geëvalueerd, en waar mogelijk vergeleken, hoe meer kennis ontstaat over hoe je kunt sturen op succes. Maar er zal altijd per opgave een nauwkeurige analyse nodig zijn. Die bepaalt wat er nodig is voor dat specifieke ontwerp in die specifieke context.

Regie bij gemeente

De Boer wil met zijn boek enthousiasme genereren voor ontwerp van het publieke interieur. Ook wil hij de overheid stimuleren tot initiatief en regie. Het belang van publieke interieurs voor de stad is volgens hem het belang van ontmoeten. Van toevallige uitwisseling van ideeën en het kunnen afspreken op neutraal terrein. Dit kun je wat hem betreft niet overlaten aan de markt. De stad moet hierin investeren.
Volgens De Boer moeten gemeenten beter geëquipeerd worden om weerwoord te bieden aan de architect. En om duidelijke keuzes te kunnen maken, in plaats van compromissen vanwege tegenstrijdige belangen. Ik denk dat een sterk, multidisciplinair projectteam, met daarin ook een gedragsdeskundige, daarbij zeker zal helpen. Net als gedegen onderzoek vooraf.

27 februari 2013