Colenberg Omgevingspsychologie

LinkedIn Twitter

Feng shui

Feng shui (‘wind en water’) is de eeuwenoude Chinese leer over hoe de omgeving het geluk kan beïnvloeden. Dat klinkt wel wat als omgevingspsychologie. Dat gaat immers ook over de relatie tussen omgeving en welbevinden. Feng shui is echter cultuur en traditie. Het is niet gebaseerd op wetenschap, dat is een wezenlijk verschil. Daarbij gaat feng shui ook over wat (on)geluk brengt. Dat heeft meer te maken met symboliek dan met de ruimte zelf. Toch zijn er wel wat overeenkomsten.

Beschutting

Feng shui is begonnen als een manier om te bepalen wat een gunstige plek is voor een huis, dorp of graf. Met een speciaal kompas of door te kijken naar de vormen in het landschap bepaalt een ‘geomancer’ de geschikte plek. En hoe die verder ingevuld moet worden. De ideale plek voorziet in hoge rugdekking, iets lagere beschutting aan de zijkanten en een lager gelegen waterpartij aan de voorkant [1]. Deze vorm heeft wel wat weg van een leunstoel.

Feng shui beschutting

Dit is inmiddels vertaald naar regels voor de meest geschikte locatie en vormgeving van gebouwen. Zo onderwijst de feng shui dat woningen bij voorkeur open zijn aan de voorkant en gesloten aan de achterkant. Waar die rugdekking ontbreekt, worden stenen of een beeld van een schildpad aanbevolen als remedie [2]. Een schildpad is in China het symbool van bescherming tegen duistere krachten. Het kan zodoende werken als placebo. Maar er zijn ook wetenschappelijke theorieën die stellen dat mensen zich graag beschermd voelen en tegelijkertijd de omgeving willen overzien [3, 4]. Als vanuit een schuilplaats met uitzicht. De gedachte daarachter is dat de evolutie van onze hersenen minder snel gaat dan de ontwikkeling van onze leefomgeving. Daardoor hebben we nog dergelijke oerinstincten.

Energie

Feng shui draait om het binnenhalen van positieve energie, de chi of ‘levensadem’. Die moet vrijelijk kunnen stromen. Tegelijkertijd moeten de negatieve energiestromen worden tegengehouden of omgebogen. Dit is gebaseerd op het Taoïstische idee dat alles energie is en continu in verandering. Om zich goed te voelen en succesvol te zijn moeten de innerlijke energie en omgeving in balans zijn.

Feng shui bevat allerlei regels voor vormgeving en indeling van ruimtes. Deze zijn bedoeld om de chi rustig door een gebouw te laten stromen. Deze alle hoeken te laten bereiken zonder ‘op hol’ te slaan. De regels gaan bijvoorbeeld over de plaatsing van ramen, deuren, trappen en meubels. En van objecten als spiegels, planten en kristallen [2]. De uitwerking van die regels is vaak dat mensen zich makkelijk door de ruimte kunnen bewegen. Dat licht en lucht zich in de ruimte verspreiden zonder dat het tocht. En dat scherpe hoeken worden verzacht.

Licht en uitzicht, en de meubels aan de kant in plaats van in het midden, zorgen ervoor dat de ruimte groter lijkt en minder vol. Dat kan prettig zijn. Een als te klein ervaren ruimte geeft immers stress. Tenminste, vooral bij mannen. Bij vrouwen speelt dit pas als er te veel andere mensen in de ruimte zijn [5].

Daglicht is sowieso belangrijk voor welbevinden. Het is prima om het daglicht zo ver mogelijk in de ruimte te laten komen via ramen, spiegels en kristallen. Zolang deze tenminste niet verblinden. En zolang de slaapkamer donker en rustig is. Ook is het goed om ‘dode hoeken’ te vermijden waar de ventilatie langs trekt in plaats van doorheen. Verse lucht is immers belangrijk voor een gezond binnenklimaat.

Geen toeval

Dat er overeenkomsten zijn tussen tradities en gedragswetenschap is vermoedelijk geen toeval. Tradities zijn vaak gebaseerd op wat ooit nuttig of wenselijk was. En datgene wat werkt wordt doorgegeven aan volgende generaties.  Bijvoorbeeld omdat dit het leven makkelijker of aangenamer maakt. Of omdat het de eigen macht in stand houdt.

Psychologie is een relatief jonge wetenschap. Zij staat nog aan het begin van het ontrafelen van de samenhang tussen omgeving en geluk. Het zou dus best kunnen dat er in de komende decennia meer bewijs wordt gevonden voor regels van feng shui. Aan de andere kant is er ook bewijs dat regels soms in stand worden gehouden terwijl daar geen reden (meer) voor is. Dat zijn de psychologische mechanismen van conditionering -iets wordt een automatisme-  en sociaal leren -afkijken. Een leuk voorbeeld hiervan is het eindeloos doorvertelde verhaal over het bekende experiment met bananen in de apenkooi. Dat blijkt niet in die vorm te bestaan [6].

Voorlopig moeten we feng shui in mijn optiek beschouwen als een Aziatische traditie en culturele waarde. Een waar sommige mensen zoveel waarde aan hechten dat het belangrijk is dat hun omgeving daarmee klopt. Dat is iets waar (interieur)architecten rekening mee moeten houden. De omgevingspsychologie laat echter zien dat er meer nodig is voor een stressvrije en energiegevende omgeving. Zoals rust waar dat nodig is, het kunnen reguleren van privacy en het bieden van variatie en inspiratie.

Bronnen

  1. Kirchner, Y (2008). Rituals and traditions of Chinese space. In: In the Chinese city. Perspectives on the transmutations of an empire. Barcelona: Actar-D.
  2. Qi Mag, basiscursus feng shui
  3. Kellert,  S.R. (2005). Building for life. Designing and understanding the human-nature connection. Washington: Island Press. P. 147-148
  4. Steg, L., Berg, A.E.  van den, Groot, J.I.M. de (eds.) (2012). Environmental psychology, an introduction. Chichester: BPS Blackwell. P. 39-40
  5. Bell, P.A., Greene, T.C., Fisher, J.D., Baum, A. (2001). Environmental psychology, fifth edition. Londen: Harcourt College publishers. P. 304
  6. Dario Maestripirie Ph.D (2012). What Monkeys Can Teach Us About Human Behavior: From Facts to Fiction. Blog gepubliceerd op www.psychologytoday.com

17 januari 2013