Colenberg Omgevingspsychologie

LinkedIn Twitter

De kracht van roze

Kleur is een van de belangrijkste factoren in de beleving van een ruimte. Dat komt vooral door associaties die mensen hebben bij kleuren. Die zijn cultuurgebonden, maar ook afhankelijk van persoonlijke voorkeur en ervaringen. Dat maakt het vaak moeilijk te voorspellen hoe mensen zullen reageren op een kleur. Toch is het belangrijk om bij het ontwerpen na te gaan wat een kleur in een bepaalde omgeving kan oproepen. Denk aan roze.

Meisjes

Roze is een kleur die we in het Westen tegenwoordig al gauw koppelen aan kleine meisjes. Of aan de roze driehoek van de homobeweging. Maar nog geen eeuw geleden was juist lichtblauw de kleur voor meisjes [1]. Roze was te pittig; lichtblauw paste vanwege het delicate karakter beter bij meisjesbaby’s, vond men. En elders in de wereld is niet de roze driehoek, maar de regenboog symbool van de homobeweging. Tegenwoordig zijn onze associaties van bepaalde tinten roze met vrouwelijk en kinderlijk zo sterk, dat de kleur minder geschikt is geworden voor een zakelijke omgeving.

Onbetonnig

Misschien was dat de reden dat de welstandscommissie in Groningen de roze gevel van een winkelpand afkeurde [2]. De eigenaar had het pand opgeknapt en de betonnen gevel wit met roze geschilderd. Zijn klanten waren enthousiast. Maar de welstandsarchitecten vonden roze niet geschikt, omdat het geen ‘betonnige kleur’ zou zijn.

Misschien zijn zij niet bekend met het werk van de Mexicaanse architect Luis Barragán (1902-1988), die veelvuldig roze toepaste op betonnen wanden, binnen en buiten, en zelfs op plafonds. En nog een felle tint ook: Mexicaans roze, genoemd naar de aldaar bloeiende bougainvillea.

Barragan roze San Cristobal

Op foto’s lijken al die roze wanden misschien wat overdreven. Maar ter plekke, in het felle Mexicaanse zonlicht, is het een betoverende kleur. Die wonderwel past bij de abstracte vormgeving van zijn gebouwen. Barragán was sowieso een meester in het toepassen van kleur, zoals het lila van de bloeiende jacaranda, terra en okergeel. Als aanvulling op het groen en blauw van de natuur. Maar het roze was zijn favoriet. Het verhaal gaat dat hij in de laatste maanden van zijn leven, toen hij ernstig ziek was, een stukje roze papier naast zijn kussen had om af en toe aan te raken of naar te kijken [3].

Bedwelmend

De veronderstelling dat roze een positieve, ontspannende werking heeft, is de reden dat in gevangenissen geëxperimenteerd wordt met roze muren. Daarbij is wel eens aangetoond dat roze in eerste instantie spierkracht en agressie vermindert. Dit effect was echter tijdelijk. Als gevangenen langer dan een kwartier in een spekkieroze cel moesten zitten, werden ze juist weer agressiever. In onderzoek naar het effect van kleur is het overigens van belang om de kleur heel precies te definiëren, want tinten kunnen behoorlijk verschillen. Dat heeft geleid tot benamingen als ‘pepto-bismol roze’, naar een Amerikaans maagdrankje [4].

Toverkracht

De bedwelmende kracht van roze speelde ook een hoofdrol in ‘De familie Knots’, een populaire kinderserie op televisie begin jaren ’80. Veel nu-veertigers hebben daar gevleugelde uitspraken aan overgehouden als ‘oude zemelaar’,  ‘speledingetje’ en “Een kloddertje roze hieeerrr,  kloddertje roze daaaarrrr…” Dat laatste was de toverspreuk van Tante Til, altijd in roze soepjurk en met roze hartjesbril. Zij kon met haar roze verf mensen roze laten dromen en tot bezinning brengen. Op die manier loste zij problemen van de familie op.

Oubollig

Onlangs werd mijn advies gevraagd over een geschikte kleur voor een sterfkamer in een verzorgingshuis. De interieurontwerpster had lavendelblauw voorgesteld. Waarschijnlijk omdat zij ervan uitging dat dit een rustgevende kleur is en stervenden een rustige omgeving zouden willen. De ouderen zelf vonden dit echter geen mooie kleur. Te grijs, te somber. Zij wilden liever oudroze, maar dat vond de ontwerpster weer niks: te oubollig.

Mijn advies was om naar de bewoners te luisteren om twee redenen.

  •  Er zijn geen kleuren waarvan wetenschappelijk is bewezen dat ze rustgevend zijn (zie ook ‘Groen is goed?‘), er zijn alleen aanwijzingen dat verzadiging samenhangt met prikkeling: hoe feller, hoe stimulerender. Het maakt wat dat betreft dus niet zoveel uit welke kleur je kiest. Als de doelgroep inderdaad een rustgevende kleur wenst, kies dan voor een zachte kleur en niet voor zuurstokroze.
  • De bewoners zijn degenen die in de kamer zullen verblijven, dus zij kunnen het beste beoordelen wat gewenst is. Vermoedelijk geven zij de voorkeur aan oudroze omdat voor hen lavendel inderdaad grijs kan lijken. Dat komt door de vergeling van hun lens (zie ook ‘Waarneming bij dementie‘). Anderzijds hielden zij misschien vroeger al van die kleur, omdat die toen in de mode was. Inderdaad ouderwets dus, maar in dit geval is dat niet negatief.

Uiteindelijk is het zonnig zalmroze geworden.

Bronnen

  1. Peggy Orenstein, “What’s Wrong With Cinderella?” in The New York Times Magazine, December 24, 2006
  2. De slag om Nederland, uitgezonden door de VPRO op 4 februari 2013
  3. Yutaka Saito in ‘Casa Barragán’ (2002), p. 31
  4. Sally Augustin, ‘Place Advantage’ (2009), p.49

31 juli 2013